Menu Sluiten

Onder deze fijnstofkaart veel info over luchtkwaliteit

Op deze pagina kun je de luchtkwaliteit zien zoals die nu gemeten wordt. WeeropdeVeluwe meet de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Er wordt PM 10 en PM 2,5 gemeten. Dit houdt in dat er gemeten wordt op fijnstof van 10 micron en 2,5 micron fijnstof. Op de windrichtingkaart kun je zie waar de lucht vandaan komt. De meetwaarden vanuit Vaassen worden door Luftdaten.info in Stuttgart samengevoegd tot een luchtkwaliteit-kaart voor de hele wereld.

Fijnstof | Luchtkwaliteit

Fijnstof is een vorm van luchtvervuiling. hiertoe worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer gerekend. Fijnstof bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, herkomst en chemische samenstelling. Uit epidemiologische en toxicologische gegevens blijkt dat fijnstof bij inademing schadelijk is voor de gezondheid. Zo leidt het bij mensen met luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten tot verergering van hun symptomen en heeft het bij kinderen invloed op de ontwikkeling van de longen. De normen voor fijnstof worden in Europa op veel plaatsen overschreden, vooral langs drukke wegen, door voertuigemissies. Het is een belangrijke bron voor smog.

Indeling fijnstof naar grootte | Luchtkwaliteit

Bij het indelen in soorten wordt er onderscheid gemaakt naargelang de grootte van de deeltjes:

  • PM10: deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 micrometer. PM is hierbij de afkorting voor particulate matter.
  • PM2,5: deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 micrometer.
  • PM0,1: deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer (ultra-fijnstof).

Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire deeltjes:

  • Primair fijnstof ontstaat door verbranding, wrijving, of verdamping. Voorbeelden zijn de verbranding van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas, steenkool en hout) en het malen van stoffen in de industrie (zoals de mengvoeder-, metaal- of chemiebedrijven). Fijnstof ontstaat niet alleen door menselijke activiteiten; het kan ook natuurlijk ontstaan: door de wind (die deeltjes van gebouwen of rotsen afschuurt) en de verdamping van zeewaterdruppels.
  • Secundair fijnstof ontstaat als moleculen van verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide, (SO2), ammoniak (NH3), vluchtige organische stoffen en ozon (O3) zich verbinden tot vaste deeltjes. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten.

Als een nader onderscheid in luchtkwaliteit bronnen gemaakt wordt, komen de volgende categorieën aan bod:

  • Verkeer, bijvoorbeeld roet uit dieselmotoren. Daarbij tellen ook dieselmotoren in (zee)schepen en locomotieven mee. Daarnaast ontstaat fijnstof door wrijving van remmen, afschuren van rubber banden en het wegdek. Opstijgende en dalende vliegtuigen produceren eveneens fijnstof, waaronder ook veel ultrafijnstof.
  • Emissie door de industrie, bijvoorbeeld de metaalindustrie. Ook bij het storten en overslaan van bulkgoederen komt stof vrij.
  • Uitstoot door veebedrijven, door stro en gedroogde mest in stallen.
  • Elektriciteitscentrales.
  • Uitstoot uit woningen, bijvoorbeeld door een open haard, een houtkachel, een allesbrander, de barbecue alsmede door sigarettenrook, maar ook bij bakken en braden.[4]
  • Afkomstig van natuurlijke bronnen, bijvoorbeeld zeezout, Saharastof of stof vanuit de bodem.

De bronnen van fijnstof door menselijke activiteiten in Nederland 

Het fijnstof in de lucht boven Nederland komt voor ongeveer twee derde uit naburige landen. Nederland produceert evenwel meer fijnstof dan dat het uit andere landen ontvangt. Circa 15% is afkomstig van menselijke activiteiten in Nederland, vooral door de sectoren verkeer, energie en industrie. In het westen bestaat het fijnstof – afhankelijk van de windrichting en de locatie – voor een flink deel uit het ongevaarlijke zeezout. Het gebied van Londen, Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en het Ruhrgebied is te zien als de ergste bron van vervuiling in Europa. In Nederland worden zeer hoge fijnstofconcentraties waargenomen in het eerste uur na de jaarwisseling als gevolg van het massaal afsteken van vuurwerk.

Bovenstaande figuur ‘Bronnen van fijnstof’ laat zien dat het om een grensoverschrijdend milieuprobleem gaat. Daarom heeft de Europese Unie normen opgesteld voor fijnstof. In 2005 mocht het daggemiddelde van fijnstof niet het niveau van 40 microgram per kubieke meter overschrijden over een heel jaar. Per jaar mocht het daggemiddelde aan fijnstofconcentratie de 50 microgram per kubieke meter slechts 35 dagen overschrijden. In 2010 zouden deze normen worden aangescherpt, maar deze indicatieve grenswaarden zijn herzien omdat er meer informatie bekend is over de effecten op de gezondheid en milieu, de technische haalbaarheid en de ervaring met de toepassing van de grenswaarden van fase 1. Daarom is in 2008 deze tweede fase vervallen.

Europese normen voor fijnstof PM10 vanaf 2005 en PM2,5 vanaf 2015.[7][8]

PM10
sinds 1 januari 2005
PM2.5
sinds 1 januari 2015
Jaargemiddelde 40 µg/m3 25 µg/m3
Daggemiddelde (24 uur)
Maximum aantal overschrijdingen per jaar
50 µg/m3
35

bron:Wikipedia

Luchtkwaliteit en fijnstof